17
MAR
2017

Vrijspraak hennepplantage in bedrijfsruimte

comment : 0

Een klant van mij kwam bij mij met een dagvaarding met daarin het verwijt dat hij een hennepkwekerij in een door hem gehuurde bedrijfsruimte zou hebben gehad.

Hennepkwekerijen zijn voor strafrechtadvocaten leuke zaken, omdat die zaken nogal eens uitmonden in vrijspraken. Zowel op processueel gebied (is de kwekerij rechtmatig ontdekt), als op inhoudelijk gebied (is het bewijs toereikend).

Zo ook deze zaak.

Het leek eigenlijk best hopeloos: want huurcontract op naam van mijn klant en zijn DNA op een blikje frisdrank aangetroffen in de ruimte met de net geoogste plantjes.

Een veroordeling voor de kwekerij is vaak niet het grootste probleem. Daar staat doorgaans een werkstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf op. Het probleem is meestal de ontnemingsvordering die aan de kwekerij is gekoppeld. Verdachten zwijgen vaak en daar wordt dan een standaardrekensom tegenover gezet door het opsporingsapparaat. Die rekensom loopt vaak in de papieren. Dat gaat om tienduizenden euro’s als men vermoedt dat de kwekerij meerdere oogsten heeft gehad. Dat vermoeden wordt niet zelden gebaseerd op illegale stroomafname en vervuilde filters, stof op lampen, afval, plantenresten, etc.

In deze zaak ging men uit van één gelukte oogst. Het OM wilde ongeveer € 18.000 ontnemen. Een flink bedrag voor mijn klant. Hij had dat geld niet.

Mijn cliënt zei overigens dat hij helemaal niets te maken had met die kwekerij. Dat hij die ruimte weliswaar had gehuurd, maar dat had gedaan om daar een bitcoinbedrijf te vestigen. De internetaansluiting kon echter niet worden gerealiseerd in de gehuurde ruimte, omdat er in het geheel geen voorziening voor het aansluiten van internet aanwezig was ter plekke. En daar was behoorlijk wat trammelant over geweest tussen mijn klant en de internetprovider die dat allemaal zou regelen. Zonder internet had mijn klant niets aan die ruimte.

Mijn klant zei: ik ben er sindsdien niet meer geweest. Hij zat enorm met het huurcontract in zijn maag. De verhuurder hield hem echter aan het contract.

Tot de hennepkwekerij werd ontdekt. Toen wilde de verhuurder heel snel van het huurcontract af. Waar cliënt opgelucht door was. Maar daarmee was de strafzaak nog niet van de baan.

In de strafzaak was relevant dat de hennepkwekerij was ontdekt in een bepaalde periode en men er dus van uit ging dat er één oogst was geweest. Voor het bereiken van een oogst is gemiddeld 12 weken nodig. Mijn klant kon aantonen dat hij eigenaar was van een bitcoinbedrijf en dat er problemen waren met het daar aansluiten van internet. Die problemen waren er eerder dan 12 weken terug te rekenen vanaf het ontdekken van de hennepkwekerij. Het blikje met daarop zijn DNA had hij heel goed in die periode daar achter kunnen hebben gelaten.

Er was naast het huurcontract op naam van mijn klant en het DNA op het blikje helemaal niets waaruit zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij bleek. Dat was ook helemaal niet nader onderzocht. Dat zie je in dit soort zaken veel; dat de politie na het ontdekken van de kwekerij (en het opruimen) en het standaard berekenen van het wederrechtelijke voordeel, weinig ander onderzoek verricht.

Ik rook een vrijspraak en die kreeg mijn cliënt. De politierechter vond de alternatieve verklaring in combinatie met de stukken die dat standpunt onderbouwden aannemelijk. De rechter was het met mij eens dat er onvoldoende bewijs was dat cliënt betrokken was bij de kwekerij. Cliënt werd vrijgesproken en de voordeelsontneming was ook van de baan.

Een mooi resultaat.

Alkmaar, 16 maart 2017

Nancy Dekens