|
||||
![]() Problemen bij het executeren van vonnissenDoor: Rob GrootGeplaatst op 07-11-2011 Indien iemand een vonnis heeft gekregen, wil hij natuurlijk graag zo spoedig mogelijk tot uitwinning hiervan overgaan. Omdat een vonnis in de regel uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, kan er zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld toch tot executie worden overgegaan. Degene tegen wie het vonnis is gewezen, kan zich doorgaans niet in de beslissing vinden en zal zich tegen de executie van een vonnis willen verzetten. Een rechterlijke uitspraak geeft iedereen een sterk recht om tot executie over te gaan. Desondanks kan de voorzieningenrechter in een executiegeschil de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om tot executie over te gaan.1 Er is sprake van misbruik van bevoegdheid om tot executie over te gaan ingeval het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een feitelijke of juridische misslag berust. Bijvoorbeeld wanneer de executie op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard of indien er andere feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de executant in redelijkheid geen gebruik mag maken van zijn exclusieve recht tot executie van het vonnis in kwestie. Dit kan er toe leiden dat degene die tot executie van een vonnis wil overgaan, in zijn rechten wordt beperkt. Bovendien blijkt uit het volgende voorbeeld dat het voor de eisende partij belangrijk om de vordering goed te omschrijven. Indien een toegewezen vordering niet goed is omschreven, kan dit tijdens de executie tot de nodige problemen leiden. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 15 juni 2011. In dit executiegeschil draaide het om het navolgende. De houder van een domeinnaam werd op grond van het dictum van een vonnis veroordeeld om een website van het internet te verwijderen en verwijderd te houden. De domeinhouder had vervolgens gehoor gegeven aan dit vonnis en de website verwijderd. De domeinnaam werd echter niet verwijderd en deze werd vervolgens weer gebruikt voor een nieuwe website. De wederpartij van de domeinnaamhouder was van mening dat de domeinnaamhouder zowel de domeinnaam als de inhoud van de website van het internet moest verwijderen en verwijderd moest houden. De voorzieningenrechter was van oordeel dat voldoende aannemelijk was gemaakt dat de begrippen website en domeinnaam, zowel feitelijk als juridisch, een andere betekenis toekomen. Omdat in het dictum van het vonnis alleen werd gesproken over een website, was er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ruimte voor redelijke twijfel of daarmee (ook) de domeinnaam is bedoeld. Onder deze omstandigheden mocht er in redelijkheid geen gebruik worden gemaakt van het exclusieve recht tot executie van het vonnis. Uit het bovenstaande blijkt dat zelfs indien er een vonnis in uw voordeel is verkregen, zich tijdens de executie alsnog problemen voor kunnen doen. Ook tijdens het executietraject is het daarom verstandig om goed juridisch advies in te winnen. Ons kantoor is uiteraard te allen tijde bereid om u hierin bij te staan. 1 Hoge Raad 22 april 1983, NJ 1984/145, Ritzen/Hoestra. Terug |
Inventor Business Park Keesomstraat 10d Postbus 9093 T 072 528 00 36 |
|||
|
|
||||