Logo Tophoff advocaten
 
Cihan Sesver

Pech moet weg?

Door: Cihan Sesver

Geplaatst op 22-07-2011

Onlangs heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de verhouding tussen de zorgplicht van de werkgever op grond van artikel 7:658 BW en mogelijke eigen schuld van de werknemer bij bedrijfsongevallen (Hoge Raad 24 juni 2011, JAR 2011/192).

Op 12 maart 2003 was werknemer Dombrowski samen met een collega in opdracht van zijn werkgever aan het werk op het dak van een loods. Zij moesten de golfplaten van het dak repareren. Tijdens of na het opruimen van zijn gereedschap is Dombrowski door het golfplaten dak van de loods gevallen en ongeveer acht meter lager op een betonnen vloer terechtgekomen. De werknemer droeg tijdens zijn val geen veiligheidsmiddelen zoals gordels of vallijnen. Dombrowski heeft als gevolg van de val ernstig lichamelijk letsel opgelopen.

Zoals wel vaker gebeurt in dit soort zaken heeft de werknemer zijn werkgever aansprakelijk gesteld voor zijn schade. Op grond van artikel 7:658 BW moet een werkgever die maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. Daarbij kun je denken aan het ter beschikking stellen van veiligheidsschoenen, veiligheidshelmen en het geven van instructies over veilig werken. De gedachte hierachter is dat de werkgever bepaalt waar, met welke gereedschappen en onder welke omstandigheden een werknemer moet werken. Als de werkgever tekort schiet in zijn zorgplicht, is hij aansprakelijk voor de schade van zijn werknemer. Een werkgever kan dus aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij zijn zorgplicht niet heeft geschonden. Daarnaast is een werkgever niet aansprakelijk als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Voor opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer gelden strenge criteria. De werknemer moet zich dan ‘tijdens het verrichten van zijn, onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging, van het roekeloos karakter van die gedraging daadwerkelijk bewust zijn geweest’. Daarbij houdt de rechter rekening met het ervaringsfeit dat mensen, naarmate ze vaker zich in een bepaalde werksituatie bevinden, minder voorzichtig worden dan wellicht zou moeten.

Terug naar de onfortuinlijke werknemer Dombrowski. In de door hem gestarte procedure is komen vast te staan dat de werkgever voldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen in de vorm van de aanwezigheid van (dak)ladders en veiligheidsgordels. Daarnaast had de werkgever voldoende veiligheidsinstructies gegeven en is hij niet tekort geschoten in het toezicht op de naleving van die instructies. De werkgever had dus aan zijn zorgplicht voldaan en was op grond daarvan niet aansprakelijk voor de schade van de werknemer. Dombrowski meende echter dat zijn werkgever toch aansprakelijk was omdat hij als werknemer geen opzet had gehad op het ongeluk en ook niet bewust roekeloos was geweest.

De Hoge Raad ging hier niet in mee. Aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW is een vorm van schuldaansprakelijkheid. Er moet dus sprake zijn van schuld van de werkgever. Het is onwenselijk om deze bepaling verder op te rekken waardoor een werkgever risicoaansprakelijk wordt. De zorgplicht van de werkgever weegt zwaar en dat is terecht. De situatie van Dombrowski is tragisch, ook dat behoeft geen discussie. Maar een werkgever die alles doet wat in zijn macht ligt om ongevallen te voorkomen, kan niet via deze omweg aansprakelijk gehouden worden. Bij sommige ongevallen is nu eenmaal geen schuldige aan te wijzen, en blijft een werknemer met de pech zitten.

Terug

Inventor Business Park

Keesomstraat 10d
1821 BS Alkmaar

Postbus 9093
1800 GB Alkmaar

T 072 528 00 36
F 072 528 00 80

E info@tophoffadvocaten.nl