23
NOV
2016

Kunnen gedupeerde atleten schadevergoeding eisen van de atletiekunie?

comment : 0

Gister kopte de Volkskrant: “Atletiekunie benadeelt marathonlopers met scherpe kwalificatietijden”. Twee onderzoekers en (ex)marathonloopsters hebben het limietenbeleid van de atletiekunie onderzocht aan de hand van statistieken en komen tot de conclusie dat er sprake is van subjectieve vaststelling van de limieten. Zij concluderen dat Michel Butter en Khalid Choukoud (twee Nederlandse marathonlopers) op basis van berekeningen wel naar de Olympische Spelen hadden gemogen. Als deze conclusie juist is, wat niet met zekerheid is vastgesteld, kunnen de gedupeerde atleten dan schadevergoeding claimen op basis van een onrechtmatige daad?

Vereisten onrechtmatige daad

Op basis van Nederlandse wetgeving kan iemand schadevergoeding vorderen indien er sprake is van een onrechtmatige daad. Hiervoor moet aan een aantal vereisten worden voldaan welke ik per aspect zal toelichten aan de hand van bovenstaande casus.

Er moet allereerst sprake zijn van een onrechtmatige gedraging. Dit kan zowel handelen als nalaten bevatten. De Atletiekunie heeft op basis van haar positie als nationale sportbond de belangrijke taak om limieten vast te stellen voor uitzending naar de Olympische Spelen. We leven in een democratisch land waarbij openheid en zorgvuldigheid verwacht mag worden bij een dergelijk belangrijke taak.

Voor het vaststellen van onrechtmatigheid zijn er drie smaken: 1. Inbreuk op een recht, 2. Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, 3. Doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

  1. Inbreuk op een recht

Voor een inbreuk op een recht kan gedacht worden aan persoonlijkheidsrechten (inbreuk op lichamelijke integriteit, privacy etc.), absolute rechten (inbreuk op het eigendomsrecht) of rechten van de huurder of pachter. Het moet een inbreuk zijn op een recht dat alleen de benadeelde had mogen uitoefenen.

  1. Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht

De atletiekunie is een vereniging in de zin van de wet. Op basis van haar statuten heeft zij als doel: 1. Het bevorderen en het doen bevorderen van de atletiek en de loopsport in welke verschijningsvorm dan ook.

  1. Alles te doen wat tot het in lid 1 genoemde doel bevorderlijk kan zijn, zulks in de ruimste zin van het woord.

Is er hier sprake van een wettelijke plicht? Nee, de atletiekunie is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. In Nederland kennen we het grondrecht vrijheid van vereniging en mag iedereen een eigen vereniging oprichten. De atletiekunie is echter de nationale sportbond die met NOC NSF samenwerkt in het kader van topsport. De Atletiekunie is aan haar eigen statuten verbonden, maar heeft geen wettelijke plicht om op een bepaalde manier limieten vast te stellen. Zij heeft daar een grote mate van beleidsvrijheid.

  1. Doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Deze op het oog onleesbare bepaling zegt eigenlijk: Dingen waarvan de maatschappij vindt dat dit niet door de beugel kan. In het geval van de vaststelling van limieten wordt al jaren discussie gevoerd door voor- en tegenstanders van het huidige beleid. De Atletiekunie en NOC NSF stellen hun beleid vast aan de hand van de zogenaamde top-8 en top-12 klassering. Zij zijn van mening dat atleten enkel uitgezonden moeten worden indien de atleet in kwestie in staat is om de top 8 dan wel top 12 van het toernooi te behalen. Dit is een beleidskeuze, hier hebben de sportbonden en NOC NSF veel vrijheid.

Aan de hand van deze beleidskeuze wordt een methode ontwikkeld om dit beleid toe te passen. En dit is het punt waarover momenteel de discussie gaat. De Atletiekunie heeft haar methode op diverse momenten verantwoord aan de hand van berekeningen. Nu is uit onderzoek gebleken dat deze berekeningen niet worden toegepast, maar dat er sprake is van een zekere mate van subjectiviteit. Deze bevindingen zorgen voor ophef, want kennelijk vindt de maatschappij het ongewenst dat de nationale sportbond op basis van “onderbuikgevoelens” atleten selecteert voor het belangrijkste evenement van hun sportieve carrier.

Indien er sprake is van onrechtmatig handelen van de Atletiekunie, dan zal dit vooral uit het maatschappelijke debat blijken. Er is geen sprake van inbreuk op een recht of schending van een wettelijke norm voor zover ik dat op dit moment kan overzien. Wel is het zeer onwenselijk gedrag zoals blijkt uit de ophef die de bevindingen hebben veroorzaakt.

Wanneer er sprake is van onrechtmatig handelen, moet dit handelen ook kunnen worden toegerekend aan de dader. Er moet sprake zijn van schuld, of het gedrag moet op grond van de wet/maatschappelijk verkeer voor rekening van de dader komen. Er mag geen sprake zijn van een rechtvaardigingsgrond.

De Atletiekunie heeft diverse malen verklaard dat zij een objectief systeem hanteert om de limieten vast te stellen. Uit het onderzoek in de Volkskrant blijkt dat deze verklaring niet te klopt. De Atletiekunie heeft deze subjectiviteit kennelijk bewust verzwegen. Van een gezaghebbende instantie als de Atletiekunie openheid en zorgvuldigheid verlangd worden. Zij heeft dit (bewust) nagelaten en dit kan aan haar worden toegerekend.

Ook de toerekening lijkt hier aannemelijk. Vervolgens moet er wel sprake zijn van geleden schade. Iemand kan geen schadevergoeding vorderen als er geen schade wordt geleden. In bovenstaande casus is aannemelijk dat er sprake is van geleden schade. De atleten zouden bij uitzending niet alleen een mooie ervaring rijker zijn, maar tevens een stijging van de marktwaarde  bij wedstrijden en sponsoren ervaren. Een wedstrijdorganisatie is bereid om meer startgeld te betalen voor een Olympische atleet, bovendien komen atleten bij sponsoren sneller in aanmerking voor een sponsorcontract of krijgen zij van bestaande sponsoren een bonus uitgekeerd voor het behalen van de Olympische Spelen. De prestatie op het toernooi zelf kan vervolgens bijdragen aan een nog hogere financiële vergoeding. Deze schade kan ook later worden berekend in een aparte procedure.

De geleden schade moet wel veroorzaakt worden door het onrechtmatige handelen van de dader. Er moet sprake zijn van causaal verband. Een gedupeerde komt niet voor de vergoeding van schade in aanmerking indien deze schade door een hele andere gebeurtenis wordt veroorzaakt. Denk in de betreffende casus bijvoorbeeld aan een blessure. Indien een atleet niet voor uitzending in aanmerking komt omdat deze geblesseerd is, dan is dat de oorzaak van de schade en niet het onrechtmatig handelen van de Atletiekunie.

Laten we er van uitgaan dat er geen blessures of andere belemmerende oorzaken waren die uitzending tegengingen. Dan is de reden waarom de atleten niet zijn uitgezonden en schade hebben geleden enkel gelegen in het hanteren van verkeerde limieten. Causaal verband is daarmee vastgesteld.

Tot slot moet er sprake zijn van relativiteit. Dat betekent dat de geschonden norm, ook echt ter bescherming van het belang van de atleet moet strekken. In deze casus is er in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt gehandeld. De maatschappij is kennelijk van mening dat een objectief selectiebeleid moet worden gehanteerd om corruptie te voorkomen en de atleet een eerlijke kans te bieden. Nu is er sprake van een subjectief beleid, waarbij de atleet geen eerlijke kans heeft gekregen om zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen.

Conclusie

Ja, de gedupeerde atleten kunnen mijns inziens schadevergoeding claimen op grond van een onrechtmatige daad gepleegd door de Atletiekunie. Er is in strijd gehandeld met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. De als gevolg hiervan geleden schade komt voor vergoeding in aanmerking.

Bij behandeling van deze casus ben ik er van uitgegaan dat de bevindingen in de Volkskrant kloppen, uiteraard is er nog geen sprake geweest van een contra-onderzoek.

Voor vragen over deze blog kunt u contact opnemen met Jill Holterman via holterman@tophoffadvocaten.nl of 072-5280036